Mijn ex-schoonzuster Els Stam en ik kwamen bijzonder vrolijk uit restaurant De Gouden Haan.
We hadden Mario ontmoet, helemaal uit Zuid-Amerika.
Hij zat aan een tafeltje naast ons, wachtte op niemand en we raakten aan de praat.
Hij ging na het diner op bezoek bij familie van zijn broer, zei hij.
Niet zijn echte broer, natuurlijk.
Zijn vriend.
Zoals Els en ik nu zijn zussen waren.
Ga mee, zei hij tegen Els en mij.
Dat kan toch niet, zei Els.
Onaangekondigd komen aanwaaien: dat doe je niet.
Dat vind ik ook, zei ik.
Maar dat wilde ik helemaal niet zeggen.
Vroeger nodigde ik nog wel eens spontaan mensen uit als ik naar een feestje ging, terwijl ze het feestvarken niet kenden.
Ga nou maar mee, geen probleem!
Het was gisteravond inderdaad een feestje geworden, daar in die tuin, hoorde ik vandaag van een kennis, die familie van Mario’s broer blijkt te zijn.
,,Dus als je je broer nog eens ontmoet, moet je zeker langskomen,’’ zei hij.
,,En als je eerst belt, kom je er niet meer in.”
Plaats een reactie