Ze keek me aan en had geen clou.
Dit heb ik eerder meegemaakt, dacht ik.
De vrouw heette me welkom. Ze wees me een stoel met bekleding die precies paste bij de vloerbedekking. De zonwering zat ongeveer tegen het smalle kantoorraam geplakt; het was hoogzomer.
Elke keer als ik ging verzitten, stootte ik mijn voet tegen het lage tafeltje. Ze keek op haar horloge. En nog een keer. En nog een keer. Als ik was weggegaan, had ze dat niet gemerkt.
Maar hier moest ik blijven.
De gastvrouw, een kennisje van mijn ex-schoonzuster Els Stam, had me net een gebakje voorgezet en kookte nog even melk voor in de koffie.
Het was een mooie herfstdag. De deuren stonden wijd open.
Lieve mevrouw Stam,
Door uw mooi neergepende belevenissen kikker ik altijd weer helemaal op. Dank u wel daarvoor!
Uw oude vriendin,
Ans vd Berg